Categorieën
Algemeen

Jasper Philipsen strooit roet in het eten van Deceuninck – Quick Step in Schoten

SCHOTEN – 125ste in de Omloop Het Nieuwsblad, 38ste in Gent-Wevelgem en 33ste in Nokere Koerse: de resultaten van Jasper Philipsen dit seizoen – na zijn overgang naar Alpecin – Fenix in september – waren nog niet meteen denderend. We vergeten dan even zijn tweede plek in De Panne. Vanmiddag kwam daar een einde aan. De man uit Kwaadmechelen was de snelste in een groep van 30, waarbij  Deceuninck – Quick het sterkst vertegenwoordigd was. Na vijftien jaar kreeg de Scheldeprijs opnieuw een Belgische winnaar. Toen won Tom Boonen, geboren in Mol, nu Philipsen, geboren in – jawel – Mol.

Het had heel wat voeten in de aarde vooraleer werd beslist om de Scheldeprijs te laten doorgaan.  Gisteravond was er lichte paniek bij de autoriteiten in Terneuzen, waar de start voor de derde maal zou worden gegeven. Zeeland hanteert sowieso strengere COVID-regels dan België. Vorig jaar gaf de burgemeester geen toestemming om er de wedstrijd te organiseren. De  koers werd toen in het najaar gereden met start en finish in Schoten.

Dit jaar werd het licht op groen gezet maar onder strenge voorwaarden. De start werd verplaatst tot ver buiten het stadscentrum en iedereen die nog maar in de buurt van de renners kwam werd onderworpen aan een coronatest. Maar het was niet corona maar het waren wel  de weersomstandigheden die roet in het eten dreigden te strooien. Gisteren stond er in Zeeland een stevige wind en sneeuwde het. De voorspellingen voor vandaag zagen er nog onheilspellender uit. In de avondlijke uren werd dinsdag alsnog besloten om de ploegvoorstelling – die sowieso zonder publiek zou worden geworden, maar die wel zou worden gelivestreamed – niet te laten doorgaan. De renners werden met de ploegbussen naar de startlijn gebracht zodat ze geen kou zouden vatten.

Maar er was meer. De Nederlandse politie weigerde de koers te begeleiden. Pas vanochtend kwam alles in orde. De weersomstandigheden waren beter dan voorspeld zodat het peloton aan een tocht van 194 kilometer kon beginnen, waarvan 70 kilometer langs de Westerschelde en door het altijd winderige Zeeland. Dat het een waaierkoers zou worden stond in de sterren geschreven. Er was vuurwerk in de beginfase en jammer genoeg ook valpartijen en opgaves. De man die er het ergst aan toe was: Frederik Frison. Hij liep een lichte hersenschudding en een pak schaafwonden op en had ook last van lage rugpijn. Samen met hem ging Ward Vanhoof – trainingsmaat van Philipsen en ook al een Mollenaar – tegen de grond.

Alle opgaves opnoemen zou ons te ver leiden. Toch even vermelden dat ook de Schotenaar Michael Van Staeyen al vroeg de koers moest verlaten. Dit alles zorgde ervoor dat een kopgroep van veertien ontstond en – merkwaardig toch – met daarbij heel wat snelle jongens. Van Moer, Ackermann, Schwarzmann, Burghardt, Bennett, Morkov, Van Poppel, Nizzolo, Walscheid, Philipsen, Rickaert, Russo, Pollitt en Vahtra reden voorin. Alleen laatstgenoemde  zou later wegvallen. In de achtergrond werden Merlier en Kristoff – ook al na een tuimelperte –uitgeschakeld. In groep twee reden zestien renners. Die slaagden erin om zich bij de leiders te voegen. Vrij vlug werd duidelijk dat bij deze 30 de latere winnaar zich zou bevinden. Nadat de renners in de aanvangsfase Zeeland hadden getrotseerd moesten ze nu optornen tegen de wind langs de boorden van het  Albertkanaal.

‘HET ZOU ZONDE ZIJN OM MET DEZE CONDITIE NIET VERDER TE KOERSEN’

In de sprint was het uitkijken naar onder meer Mark Cavendish. De Brit behaalde zijn eerste profzege ooit in Schoten waar hij vorig jaar de rol nog moest lossen. Toen dacht iedereen dat hij de fiets aan de haak zou hangen. Niet dus. De ultieme versnelling waar men hem indertijd voor roemde heeft Cav echter niet meer al is het geen oneer dat hij alleen Philipsen en ploegmaat Bennett moest laten voorgaan. Het kilometerlange kopwerk van Sénéchal was dus voor niets geweest.

Philipsen: ‘Altijd leuk wanneer je je eerste overwinning van het seizoen kan boeken. En wat misschien nog meer plezier doet: we hadden dit plannetje tijdens de bespreking uitgestippeld. Dat ik het tot nu toe zonder overwinning moest stellen hield me niet meteen uit mijn slaap. Ik voelde me immers goed. Waarschijnlijk had ik al heel wat verder gestaan indien ik in de UAE Tour had kunnen uitrijden (Van der Poel, Jans en Philipsen moesten toen naar huis omdat een staflid een positieve coronatest had afgelegd, EM). Pas na Parijs-Nice had ik de goede conditie te pakken.’

‘Onze ploeg doet het enorm goed als je rekening houdt met de middelen en de renners waarover we beschikken. We staan vierde op de wereldranglijst. Dat zegt genoeg. Jonas Rickaert is een prima kracht. Het zijn zulke details die het verschil maken. Ook Dries De Bondt deed zijn taak zoals het moest. Ik kon blijven zitten tot op 200 meter van de meet. Normaal gezien komt er dan nog iemand over maar dat was dus nu niet het geval. Het is een wonder dat alles volgens plan verliep. Dat gebeurt niet elke wedstrijd. Vandaag lukte het wel. We konden echt niet beter doen. Eigenlijk had ik meer tegenstand van Bennett verwacht. We dachten dat hij ging sprinten maar we wisten uiteraard niet hoe hij zich voelde. En jammer natuurlijk dat Tim (Merlier) er niet meer bij was. Anders had hij zeker ook nog een rol van betekenis kunnen spelen in de finale.

‘Het viel nog mee met de wind. In het begin waaide die fel maar nadien ging hij wat liggen. Daarom wellicht dat weinigen zich hebben laten verrassen en dat de meeste snelle jongens mee voorin zaten.’

Mark Cavendish baalde behoorlijk na afloop. Hij had zijn zinnen gezet op een vierde overwinning op de Churcillaan. Hij won er voor het eerst in 2007, meteen de start van een behoorlijk gelukte sprintcarrière. Philipsen: ‘Je kan dat niet meteen vergelijken met mijn prestatie van vandaag. Ik ben geen neo-prof meer toch? Maar goed, deze zege stelt me hopelijk in staat om verder te werken richting nieuwe triomfen. Heel het team is aan het opbouwen en we bewijzen dat we niet alleen de ploeg van Van der Poel zijn.’ En dan de vergelijking met Boonen. Gaat die wel op? ‘Neen hoor. Tom heeft heel wat wedstrijden gewonnen op parcoursen waar ik er niet aan te pas kom.’

‘Natuurlijk hoop ik me ook in de toekomst te kunnen tonen in de grote voorjaarskoersen maar voorlopig hou ik het op massaspurten. Daar moet ik voor niemand schrik hebben. Zondag start ik in de Ronde van Turkije. Normaal stond die niet op mijn programma en had ik Parijs-Roubaix gereden, maar goed, het is niet anders. Ik zit in vorm. Het zou zonde zijn om met deze conditie te gaan rusten. Na die rittenkoers trek ik op hoogtestage en werken we stilaan richting Tour.’

Edwin MARIËN